Wat er vooraf ging ...   * Voor God kun je ook invullen: je Gids, je Hogere Zelf, je Ziel, je onderbewustzijn, je Gevoel, de Universele Kennis of iets dergelijks. Ik noem het voor het gemak God.

22 juni 2007

Tijdens de derde dag van mijn hüttentocht door het Virgental liep ik door een dal, aan beide zijden afgeschermd door bergen en een snelstromende rivier zo’n honderd meter onder me aan mijn linkerhand. Hier stelde ik de volgende vraag: “God, wanneer u in deze dagen kunt laten zien, hoe ik verder moet in mijn leven, dan graag!”

En God antwoordde …

           
Een bijzonder gesprek met God *!
           

“Jouw leven is hetzelfde als deze tien dagen, of als die zware tocht van gisteren, zie je dat niet? Jouw leven is een reis die inspanning kost. Er zitten stukken tussen die gemakkelijk zijn en waar je fluitend rondloopt. Maar er zitten ook stukken tussen die zwaar zijn en waarvoor je heel veel moeite moet doen en waarbij je al je aandacht nodig hebt. Soms heb je mooi weer onderweg, soms onweert en hagelt het …”

“Ja, vertel mij wat! Dat heb ik gisteren gemerkt.”

“Gisteren was werkelijk een mooi voorbeeld, van hoe jouw leven zich afspeelt. Alle elementen waren aanwezig. Wat was het zwaarste van je tocht?”

“De rugzak. Ik was hem uiteraard niet gewend en hij was waarschijnlijk te zwaar.”

“Iedereen heeft zijn eigen rugzak in het leven. Jij kiest ervoor om heel veel mee te slepen … Had jij alles wat erin zat werkelijk nodig?”

“Nee en volgende keer neem ik werkelijk maar heel erg weinig mee.”

“Waarom laat je hem niet achter?”

“.. ?!”

“Heb je de tocht naar de top gemaakt?”

“Nee, alleen van hütte naar hütte en dat was werkelijk zwaar genoeg. Dinsdagavond heb ik wel een top gehaald, maar toen had ik mijn rugzak achter gelaten bij de hütte.”

“Dus om een top te bereiken moet je je rugzak afleggen?”

“Het was werkelijk erg zwaar … ik heb meerdere momenten gehad dat ik het niet zag zitten en wanneer er een mogelijkheid was geweest, dan had ik opgegeven.”

“Die momenten zitten in je leven ook. Toch ga je door. Heb je ook leuke momenten gehad?”

“Ja, uiteraard ook. Maar ook vaker niet, maar je moet door. Je moet die hütte bereiken, waar naartoe je op weg bent.”

“En als er geen hütte zou zijn?”

“… dan … dan zou ik het veel rustiger aan gedaan hebben, denk ik. Veel meer genoten hebben van de tocht. Maar ik moet ergens overnachten…”

“Als ik nu zeg, dat de hütte er is, wanneer je hem nodig hebt. Had je dan anders gelopen?”

“Ja, dan was ik niet zo door de pijn en de vermoeidheid heen gegaan. Dan was ik vaker gewoon even blijven zitten om lekker uit te rusten en te genieten van het uitzicht om me heen. Dan had ik meer rond-gescharreld denk ik.”

“Wat bereik je met al die extra inspanning en die vermoeidheid?”

“Vaak wel de mooiste uitzichten en verrassingen. Wanneer ik maar wat rond gescharreld had, dan was ik niet zo ver gekomen en dan was ik zeker niet drie keer over een bergrug gekomen, met alle uitzichten van dien.”

“Dus het is een afweging tussen lekker ontspannen genieten en extra inspanning voor de mooiste uitzichten.”

“Klinkt als het leven.”

 

“Beschrijf eens zo’n beklimming?”

“Je loopt in een kom in de bergen en het pad slingert voor je uit. Je kunt redelijk ontspannen lopen, afhankelijk van de weersomstandigheden.”

“Dat zijn de invloeden van buitenaf. Die heb je nooit onder controle, maar beïnvloeden je pad en de manier waarop je hem loopt wel.”

“Dat klopt. Je pad leidt je verder en op een gegeven moment dan heb je alleen nog maar bergen voor je en weet je dat je ergens over die bergrug of over die top heen zal moeten. Je pad begint langzaam weer te stijgen en naarmate je dichter bij de bergrug komt wordt je pad steiler.

Uiteindelijk ben je op heel smalle en gevaarlijke randjes aan het zwoegen om tot het hoogste punt te komen. Soms hangen er kettingen, waarlangs je je omhoog kunt trekken, maar soms loop je werkelijk alleen maar op een heel steile grind- en zandvlakte en merk je dat je snel moet doorlopen, omdat anders de grond onder je voeten verzakt en je soms wel 100 meter naar beneden kan glijden.”

“Zie je de overeenkomst met je leven? Je loopt lekker en gemakkelijk rond. Dan verandert er iets en begint je pad langzaam te stijgen. Het pad wat eerst zo duidelijk en overzichtelijk voor je lag, wordt ineens onduidelijker en je moet zoeken naar aanknopingspunten. Het laatste stuk moet je werkelijk zwoegen en al je aandacht bij je pad houden. Soms moet je zelfs risico’s nemen en gevaarlijke situaties doorstaan om verder te komen, maar andere keren vind je ineens hulpmiddelen, waardoor het gemakkelijker of veiliger gaat.

Je kunt het pad voor je alleen zien tot de top van de bergrug. Wat er achter ligt is een verrassing. Je kunt op elk moment kiezen om te stoppen en terug te gaan. Je kunt ook kiezen om de gevaren en de vermoeidheid en pijn aan te gaan om die top te bereiken. Naarmate je pad steiler omhoog gaat moet je beter opletten waar je je voeten zet, omdat je anders weer terugvalt en weer opnieuw moet beginnen.”

“Ja, ik zie het.”

“Wat was er gebeurd wanneer je gekozen had om in dat dal te blijven of om halverwege de beklimming te stoppen en terug te keren naar het dal waar de beklimming begon?”

“Dan was ik niet verder gekomen. Dan was dat dal mijn leven geworden en had ik me altijd afgevraagd wat er achter die bergrug zou liggen. Dan had het me heel snel gaan vervelen, denk ik.”

“Wat gebeurt er wanneer je de top bereikt?”

“Dat is een moment van euforie. Hoe evenredig hoog de top of de bergrug ook is, wanneer je het hoogste punt bereikt, heb je werkelijk een gevoel om te juichen. Vaak valt alle vermoeidheid van je af en krijg je juist een extra adrenaline. Je ziet ook ineens hoe jouw pad zich vervolgd en hebt overzicht over de berg(toppen) naast je, maar ook op nieuwe bergen voor je, die tot dat moment nog verborgen lagen.”

“Dus eigenlijk geef je aan, dat het alle pijn en moeite waard is?”

“H’m … eigenlijk wel, hè.”

“De momenten die het zwaarst zijn, de meeste gevaren met zich meenemen en het meeste pijn doen, zorgen voor nieuwe vooruitzichten, een gevoel van euforie en een stuk duidelijkheid over hoe je pad verder gaat.”

“Dat klopt.”

“Ben je nog andere mensen tegen gekomen?”

“Ja, maar alleen maar ervaren bergbeklimmers. Mensen die werkelijk als gemzen de berg oprennen, vaak met behulp van twee stokken.”

“Stoorde het je, dat zij zoveel sneller gingen en schijnbaar onvermoeid.”

“Nee, ik genoot er eigenlijk van. Zij zijn ervaren en kennen vaak de bergen hun levenlang al, terwijl ik zonder enige ervaring en voorkennis, zonder voorbereiding en zonder conditie toch dezelfde tochten afleg. Ik probeer ze uiteraard even een stukje te volgen, maar geef dit al snel op. Dat is voor mij niet bij te houden.”

“In je leven zul je wel vaker verlichte mensen tegenkomen, waarvan het lijkt alsof ze op wolkjes lopen en geen gewicht met zich meedragen.

Geniet daar inderdaad van en laat het even je pas versnellen. Wees echter nooit jaloers of ontevreden over jezelf, want het is inderdaad wat je zegt: jij doet het op jouw manier en waarschijnlijk ben jij veel bewuster van je tocht, van de fysieke aspecten zowel als de schoonheid van de natuur in al haar elementen, dan dat zij zijn.”

“En de sneeuwvelden waar ik tegenaan liep?”

“Soms krijg je obstakels op je pad, zoals sneeuwvelden. Je weet niet of de ondergrond spekglad, droog en bros of nat zal zijn. Je weet niet of je er een meter in zult wegzakken, of dat de grond je zal dragen … Telkens wanneer  je zo’n obstakel tegenkomt heb je de keuze: je gaat er omheen of je gaat er doorheen.”

“Eén keer ben ik er omheen gegaan, maar alle andere keren ben ik erdoor gegaan. Ik ben  er inderdaad meerdere keren diep in weggezakt, maar elke keer heb ik de overkant bereikt.”

“Dat zijn de uitdagingen in je leven. Je kunt ze uit de weg gaan, of ze aangaan. Het is jouw keuze. Hetzelfde als dat kleine, gevaarlijke pad de bergrug op te nemen. Want als je boven bent …”

“… heb je weer vrij zicht of uitzicht op wat er voor je ligt en waar je pad loopt!”

“Juist! En dit kan meevallen of tegenvallen. Accepteer dat het jouw pad is. Als je voor de bergrug blijft zitten wachten, zul je het nooit zien. Maar ook dat is een keuze.”

“…”

“Ondanks de zware belasting en de vermoeidheid en pijn, heb je wel genoten. Van de bloemen, de bijzondere stenen, de dieren, de lucht, de vergezichten, zelfs van het natuurgeweld van het onweer …”

“Ja. Eigenlijk wel.”

“Waarom doe je dat in je leven niet?”

“ … eh … Omdat ik er niet over nadenk? Me er niet van bewust ben?”

“…”

“Dus ik moet mijn leven leiden als een tocht door de bergen, zonder een hütte die ik MOET bereiken, genietend van de wonderen om me heen en mijn rugzak afgooien om zo af en toe een top te bereiken, wetend dat de extra inspanning tot extra duidelijkheid en een gevoel van euforie zullen leiden?”

“Zo ongeveer.”

24 juni 2007

“Ik loop nu al de hele dag in de wolken een berg op …”

“Herken je het?”

“Hoe bedoel je?”

“Dit is hoe heel veel mensen leven. Ze zien een tiental meters om zich heen en denken dat dit de hele wereld is.”

“Maar ze lopen wel bergop, dus uiteindelijk …”

“Sommigen lopen bergop, maar de meesten blijven hangen in het voor hun bekende stekje, want daar is het veilig.”

“En redelijk uitzichtloos …”

“En dan kom jij en vertelt dat er veel meer is, dan het stukje dan hen bekend is. Dan worden ze bang en willen het niet horen.”

“Hoe weet ik dan dat er meer is?”

“Jij hebt je levenlang al jouw ding gedaan en je niet laten beperken door de veiligheid van anderen. Dit heeft je op andere plaatsen gebracht en soms verder de berg op. Waar je de anderen achterliet in de wolken, kwam je misschien vijftig meter verder weer een nieuwe groep tegen. Ook zij dachten dat de wereld niet groter was dan dat zij konden zien. Maar het waren toch weer andere zichten dan de groep waar je vandaan kwam. Jij gaf hen weer inzichten door te vertellen waar je vandaan kwam en kreeg nieuwe inzichten van hen. Op een gegeven moment ging je weer verder, want je had door ervaring geleerd dat er meer was dan die tiental meters om je heen en ging weer op zoek. Soms kwam je mensen tegen die spraken over

grootse bergtoppen, die in het verschiet lagen en vaak vertelden ze in een paar woorden de hele weg er naartoe. Je vond het vaak moeilijk te geloven, maar van de andere kant … als ze je vroeger gezegd hadden dat de wereld groter was dan die tiental meters om je heen, had je het ook niet geloofd. Maar bergtoppen …!

Je kon je er geen voorstelling van maken. Echter vaker kwam je mensen tegen met zulke verhalen, ieder met zijn eigen versie en vaak leken ze helemaal niet op elkaar. Maar toch … de strekking was hetzelfde: er waren bergtoppen.

Zoals je vandaag merkte zijn de wolken soms dikker, soms dunner en soms komt de zon er bijna doorheen. Dat zijn de momenten dat je ineens meer zicht hebt en de momenten dat je aan het denken en aan het twijfelen wordt gezet. Soms denk je schaduwen voor je te zien, die daarna weer verdwijnen. Naarmate je verder naar boven op de berg bent is de lucht ijler en op momenten dat de wolken wat dunner zijn, kan je ineens schaduwcontouren van de berg voor je zien. Allereerst schrik je hiervan, want zoiets overweldigends en groots had je werkelijk niet kunnen voorstellen. Daarna bekijk je hem nog eens, maar wanneer hij weer in de mist verdwenen is, ga je twijfelen of het wel werkelijkheid was.

De mensen lager in het dal kunnen het niet zien, want ook al zijn de wolken wat dunner, er bevindt zich nog zoveel lucht tussen hen en de bergtop dat deze altijd verborgen blijft.

Naarmate je hoger komt, zullen er meer en meer momenten  komen, dat je de bergtop kunt onderscheiden. Het moment komt dat je weet waar hij zit, hoe hij eruit ziet en je niet langer meer twijfelt. Ondanks dat je de top nog nooit bereikt hebt, weet je dat hij er is.

Wanneer je nu op een andere plek op de berg bent en je praat met mensen, kun je wel praten over die bergtop. Maar wanneer zij die tien meter hoge steen bedoelen, die aan de grens van hun gezichtveld ligt en jij hebt het over die bergtop die vele honderden meters hoger ligt, dan zul je elkaar niet begrijpen. Je zult merken dat je in staat bent om als het ware door de wolken heen te prikken en de berg eigenlijk altijd wel te zien. In eerste instantie kost het je heel veel moeite om te snappen dat anderen, die op hetzelfde punt staan, dit niet kunnen zien.

Zoals ik al zei: je kunt ze wel vertellen waar die bergtop is, hoe hij eruit ziet en proberen hem aan te wijzen. Dit zal je echter niet veel volgelingen of vrienden geven, want de meesten zullen je voor gek verklaren.

Wat je wel kunt doen is hen vertellen over de weg. Nooit de berg, de ontberingen maar ook de vreugdes van de beklimming loochenen, maar wijs ze op het volgende “teken op de rots” en vertel hen dat er nog meer zijn, na dat merkteken.

Sommigen zullen je niet geloven, sommigen zullen je niet willen geloven omdat je hun kleine veilige wereldje aantast. Wie weet wat voor gevaren er na dat merkteken zijn … Sommigen zullen met je meepraten, alsof ze er alles vanaf weten, terwijl ze nog nooit in hun leven buiten hun veilige tiental meters zijn geweest. Anderen zal het helemaal niet interesseren, want ze zijn toch gelukkig zo. Er zijn er die je vragen zullen stellen, omdat ze oprecht geïnteresseerd zijn, maar de weg nooit zullen gaan omdat ze bang zijn. Er zijn er ook die zwijgen, echter die, wanneer jij eenmaal verder getrokken bent, toch

voetje voor voetje die kant op zullen gaan omdat ze toch nieuwsgierig zijn. Zij zullen hun eigen weg zoeken, net zoals jij het gedaan hebt.

Er zijn er ook, die een gevoel van ontevredenheid met het heden met zich meedragen en die niet kunnen geloven dat die tiental meters om zich heen alles is. Zij zullen je woorden drinken alsof het nectar is en staan te popelen om je te volgen, de berg op.”

“Wat moet ik dan doen? Moet ik die mensen de weg wijzen?”

“Die mensen volgen je toch wel, waar je ook gaat. Maar juist de mensen die bang zijn, die niet durven, kun je een hand toereiken en aanbieden hen te helpen. Laat ze zien dat er na het volgende merkteken weer een volgende is, en dan weer één … Wijs hen op de gevaren, op de losse stenen, de smalle richeltjes, de gladde sneeuwvlaktes, wijs hen de stroompjes waar ze hun dorst kunnen lessen, maar wijs hen ook de mooie bloemen langs het pad, de insecten, de dieren, de bijzondere stenen. Wanneer de wolken dunner worden, laat hen dan de vergezichten zien, die ze nooit eerder gezien hebben en wees ervan bewust dat jij het de eerste keer ook bijna niet kon geloven …”

“Als een berggids?”

“Ja, zo ongeveer.”

“Maar er zijn zoveel ervaren berggidsen, die de berg op hun duimpje kennen en als gemzen de berg oprennen?”

“Ja, maar die gaan zo hard, dat de mensen zonder ervaring hen nooit kunnen volgen. Verder kosten ze enorm veel geld, wat voor veel mensen een belemmering is om überhaupt aan de tocht te beginnen. Verder is hun enige doel om de mensen zo snel mogelijk naar de gevraagde top te brengen en terug, niet om de mensen te veranderen. Het gaat om de intentie waarmee je het doet, weet je nog?”

<ik denk terug aan een eerder gesprek waarin ik aangaf dat ik nooit dieren, zelfs geen muggen, doodmaak, waarop hij antwoordde en de insecten die je vertrapt onder je voeten dan? Hierop had ik geantwoord dat het gaat om de intentie. Ik maak nooit bewust dieren dood>

 “Laat de mensen zien dat ze niet bang hoeven te zijn. De eerste keer dat jij een sneeuwveld over moest steken, wist je ook niet of je er in zou wegzakken, of je zou wegglijden of dat je er voorzichtig overheen kon lopen. Maar nadat je er meerdere overgestoken bent, weet je hoe je het moet doen. Weet je dat je voorzichtig moet zijn en heel goed moet uitkijken hoe en waar je je voeten neerzet. Maar je komt aan de overkant. Toon de mensen dit en help ze hierbij.”

“Maar moet ik niet eerst alle bergen zelf beklimmen, voordat ik anderen kan helpen?”

“De bergen die je nu beklimt heb je toch ook nog niet eerder beklommen?”

“Nee, dat klopt…”

“Je moet alleen vertrouwen op de tekens. Vertrouwen dat er telkens weer tekens komen, die je verder zullen leiden.”

“Maar hoe zien die tekens er dan uit?”

“Je herkent ze, wanneer je ze ziet. Toen je hier de bergen in ging wist je ook niet hoe de tekens eruit zouden zien of dat ze er überhaupt wel zouden zijn…”

“Ja maar hier hebben al zoveel mensen gelopen, dat het wel goed gemarkeerd zou zijn.”

“En jouw bergen niet? Daar ben jij de eerste?”

“Nee, natuurlijk niet. Daar zijn mij ook al heel veel mensen voor gegaan, naar de top en terug. Er lopen er nog diversen om me heen die al verder zijn geweest of zijn.”

“Misschien kunnen ze jou af en toe een teken geven?”

“Ja, dat is waar …”

“Alleen wees ervan bewust dat je je eigen weg moet vinden. Dat is jouw leven, dat is jouw ding, dat is de weg die jij moet gaan. Weet je nog die moeder en dochter, die ook van de Lasörling Hütte naar de

Neue Reichenberger Hütte liepen, net als jij. Ze beklommen alleen ook nog even de top van de Lasörling. Halverwege de tocht liepen ze jou voorbij, weet je nog.”

“Ja, dat weet ik nog. Daar had ik enorm veel respect voor!”

“Maar een stuk verderop namen zij op een splitsing het pad rechtsaf … Jij bent hen niet gevolgd. Waarom niet?”

“Omdat het niet klopte met mijn gevoel. Voor mijn gevoel moest ik die bergrug rechts van me houden …”

“Dus ben jij rechtdoor gegaan …”

“Ja.”

“Je ziet dat je de juiste weg hebt gekozen en dat zij, die veel meer ervaring en kennis van de bergen hebben, niet in de N-R-Hütte  aangekomen zijn. Dus wat was er gebeurd wanneer je hen gevolgd was?”

“Dan was ik van mijn pad afgegaan …”

“Volg je gevoel en dan volg je je pad. Kijk naar anderen, bewonder hun kennis of gave, maar blijf op je eigen pad.”

26 juni 2007

“Nu ben ik gevallen en is mijn knie dik! Mooie gids ben ik!”

“Buiten het feit dat je alles eerst moet meemaken, voor je de mensen op de gevaren kunt wijzen, had ik je al een waarschuwing gegeven.”

“… in de sneeuw, een paar honderd meter ervoor?”

“Ja. Toen gleed je uit, zonder gevolgen.”

“Het was een horizontaal stuk sneeuw of ijs, dus minder gevaarlijk. Prompt let je minder op.”

“Juist, maar jij wilde er niet van leren. Jij zag het teken niet.”

“Dus de volgende keer, toen ik weer op een horizontaal stuk liep met gras en stenen, liet je me weer vallen, alleen nu met gevolgen? Dank je wel!”

“Wanneer ik dat niet gedaan had, was het gebeurd op een steiler gebied tijdens je volgende tocht en dan waren de gevolgen misschien nog veel erger geweest. Je begon iets teveel zelfvertrouwen te krijgen, want het gaat toch altijd goed? Je dacht dat je het allemaal wel kon, waardoor je de gevaren uit het oog begon te verliezen. Hoe wil je dan andere mensen wijzen op de gevaren? Hoe wil je andere mensen wijzen op de gevaren, wanneer je ze alleen maar van horen zeggen hebt?”

“Het is bijna allemaal logisch.”

“Het was niet voor niets maar een paar honderd meter voor de hütte. Verder is het een goede oefening om jezelf te genezen. Dat is iets waar je nog steeds aan twijfelt.”

“Ik twijfel inderdaad nog steeds of ik mezelf wel kan helpen.”

“Het tempo van jouw genezing is normaal, vind je?”

“Nou, hier zegt men dat ik eigenlijk een week rust moet houden met mijn been omhoog. Eigenlijk twee.”

“En jij doet dat in twee dagen? Je denkt er nu al over om morgen weer op pad te gaan?”

“Ja. Mijn knie is nog wel erg dik en stijf, maar de heftige pijn is bijna weg. Ik kan mijn onderbeen weer op eigen kracht omhoog doen.”

“Denk je niet dat dit te snel is?”

“Ja, maar van de andere kant … misschien moet ik dit ook wel zelf ervaren, zodat ik andere mensen op de gevaren kan wijzen?”

“Hoezo, wil je berggids worden dan?”

 

“Ik zit erover na te denken, hoe ik mensen kan helpen de berg op, terwijl ik zelf nog niet eens het idee heb dat ik bergop aan het lopen ben …?”

“Vertrouwen. Vertrouw erop dat jij heel je leven al bergop aan het gaan ben. Precies als bij die zware tocht. Soms gaat het even heel steil omhoog en dat zijn de momenten dat je het zelf door hebt, soms heel geleidelijk. Soms moet je weer een stuk naar beneden en dat zijn de momenten dat je slecht in je vel gaat zitten, om daarna weer omhoog te gaan. Soms zijn de rotsen voor je te steil en moet je er omheen. Soms wil je even vlak terrein onder je voeten om weer even op adem te komen.”

“Ik heb vaak het gevoel dat ik alleen maar op vlak terrein loop.”

“Maar je moet eens vertrouwen krijgen. Niet telkens gaan twijfelen of die berg wel bestaat. Die bestaat en dat wéét je. Jij kan af en toe door de wolken kijken, wat anderen niet kunnen. Je eigen gevoel leidde je de bergop en je krijgt voortdurend tekens op je pad. Vertrouw eens in jezelf en in mij!”

“Maar ik denk dat ik de tekens niet zie of niet herken.”

“Je ziet ze vaak wel, maar twijfelt weer.”

“Klinkt herkenbaar.”

“Denk je dat het gesprek met de waard van de Essener Rosstock Hütte toeval was? Hij is een halfjaar ouder dan jij en heeft een halfjaar geleden zijn hele leven omgegooid. Alles wat hem bekend en veilig was heeft hij achter zich gelaten en hij is een volledig nieuw leven begonnen …!

Denk je dat het toeval is dat terwijl je in niet één hütte mag roken, uitgerekend in de hütte waar je aankomt, wanneer je niet meer kunt lopen van de pijn, je mag roken.

Denk je dat het toeval is dat je een extra dag ingepland hebt om een top te beklimmen en wanneer je besloten hebt om dit uiteindelijk niet te doen, je in de volgende hütte een extra dag plat moet liggen?

Denk je dat het toeval is dat je, om te vragen waar je wandelkaarten kunt kopen en hoe je naar Virgen moet komen, uitgerekend die bloemenzaak binnenstapt waarvan de eigenaresse in Virgen woont en zij 10 minuten later daarheen rijdt en jou mee wil nemen?

Denk je dat het toeval is dat op het moment dat je camera kapot is, jij twee uur moet zitten wachten tot de winkels opengaan. Na anderhalf uur had je het probleem gevonden en opgelost. Had je deze twee uur niet gehad, was je reis begonnen en misschien wel helemaal verlopen met een kapotte camera.

Denk je dat het toeval is, wanneer jouw trein uit Nederland ruim een half uur vertraging heeft, midden in het pünktliche Duitsland de trein wiens aansluiting jij ging missen ruim veertig minuten vertraging had.

Moet ik doorgaan?”

“Nee, het is duidelijk. Het zijn dus de zogenaamde toevalligheden waar ik op moet letten?”

“Ondermeer, want niets gebeurt toevallig. Je weet hoeveel behandelingen jij hebt moeten doen, voordat je niet meer twijfelde aan de sterke werking van je handen?”

“Zo’n honderd …”

“Zorg dat je niet zoveel tekens nodig hebt om er in te gaan vertrouwen. Wees aandachtsvol voor de dingen om je heen en ga ervan uit dat niets zomaar toevallig gebeurt. Alles heeft een boodschap, voor jou zowel als voor de ander.”

“Ik ga morgen toch proberen om naar de Bon Matreier Hütte te gaan. Normaal doe je er drie uur over. Stel dat ik er 3x zoveel of zelfs 4x zoveel over doe… Zolang ik maar niet weer val of door mijn knie zak.”

“Weet je het zeker? Iedereen raadt je aan om van hier naar beneden, naar Prägraten te gaan.”

“Toch denk ik dat mijn weg naar de B M H gaat. Juist die hütte was degene die ik zeker wilde zien, vanwege het kleine kapelletje in de rots. Wanneer ik alle toevalligheden en onze gesprekken nogmaals bekijk, denk ik dat ik het pad moet nemen en dat morgen de dag is …”

“Het is jouw pijn, jouw lichaam, jouw pad.”

“Ik weet het.”

28 juni 2007

“De boodschap was duidelijk!”

“Wat bedoel je?”

“Toen ik wakker werd, bleek het de hele nacht gesneeuwd te hebben.”

“Dat gebeurt in de bergen.”

“Ja, maar toen het langzaam een beetje opentrok, begon de sneeuw te smelten …”

“…?!”

“Alleen op het stuk dat naar beneden ging, het dal in. De sneeuw op de route naar de BMH bleef liggen. Zelfs met een gezonde knie werd die route afgeraden!”

“Dat zijn de tekens waardoor je je moet laten leiden.”

“Het klopte ook wel. Ik ben de 1200 meter afgedaald en daarna met de bus naar Matrei gegaan. Hier ben ik blijven slapen. Wat ik niet verwacht had, was dat de pijn en de stijfheid en stramheid in mijn benen en knie vanmorgen veel erger waren geworden door de belasting van de afdaling van gisteren. Wanneer ik dus naar de BMH gegaan was, had ik vandaag met deze pijn de afdaling moeten doen. Ik geloof niet dat dat een succes zou zijn geworden.”


“Dat denk ik ook niet. Vind je echter niet opvallend hoe soepel het schema van je terugreis is? Je hebt bijna geen stops en zeer ruim de tijd om van perron naar perron te hinken. Alles sluit mooi op elkaar aan en om 21:00 uur ben je thuis.”

“Ja, dat was me ook al opgevallen.”

“Hoe gaan we nu verder?”

“Hoe bedoel je?”

“Straks ben ik weer thuis en verval ik onmiddellijk weer in … “

“Probeer het bewustzijn dat je hoog in de bergen had eens vast te houden. Die overblik, de helderheid. Probeer de dingen te zien zoals ze zijn.”

“Dat probeer ik altijd, dacht ik.”

“Vergelijk je leven anders telkens met een tocht door de bergen. Dat schijnt goed te werken.”

“Ja die overeenkomst zie ik wel duidelijk.”

“Probeer dan de dingen die je meemaakt in dat licht te zien. En blijf openstaan voor de tekens. Toevalligheden zijn er niet voor niets.”

“Bedankt. Je hebt me toch veel laten inzien.”

“Graag gedaan, maar ik ben er altijd. Ook wanneer we weer in het leven van alle dag verkeren. Nog één raad: blijf schrijven. Pas dan word je je bewust van de toevalligheden en krijg je de inzichten lijkt het wel.”

“Zal ik doen. Nogmaals bedankt.”